College van Langeveld en grootschalig onderwijs

Foto DaanDaan Thoomes heeft in Utrecht pedagogiek gestudeerd van 1970 tot 1974 met als afstudeerrichting wijsgerige en historische pedagogiek.

Hoe was je tijd als student en/of als medewerker aan de Universiteit?

Zeer plezierig! Al kwam in 1970 wel echt de massaliteit van het hoger onderwijs op gang. Zo’n kleine tweehonderd eerstejaars en van docenten hoorde je dat het nog maar kort geleden was dat er enkele tientallen studenten kwamen. Persoonlijke contacten met hoogleraren waren daardoor wat minder. Toch herinner ik me nog bijna letterlijk het eerste hoorcollege van Langeveld in de collegezaal Achter de Dom 22. Ik had daar tijdens mijn vooropleiding op de kweekschool al naar uitgekeken. Langeveld stond in die tijd bij alle pedagogiekopleidingen bekend als een soort reus. Na afloop gaf hij alle studenten bij de uitgang een hand. In datzelfde collegegebouw heb ik tijdens de pauze van een psychologiecollege van Span mijn vrouw voor het eerst gezien. Nu zijn we bijna veertig jaar getrouwd. Mijn vrouw, dr. Anniek Thoomes-Vreugdenhil, heeft klinische pedagogiek gestudeerd en is later aan de VU bij Piet de Ruyter gepromoveerd op een zelf ontwikkelde therapie voor kinderen met hechtingsstoornissen. Onder andere door het contact dat ik in Bilthoven ná mijn studie met Langeveld had, kreeg ik steeds meer belangstelling voor de geesteswetenschappelijke pedagogiek. Later ben ik gepromoveerd op de ‘Pädagogik-Vorlesungen’ van Friedrich Schleiermacher. Dat was bij Jan Dirk Imelman in Groningen, in 1989. Vlak daarna werd Jan Dirk in Utrecht benoemd en had ik dus wat dichter bij huis kunnen blijven. 

Waar bevond je studie zich?

Behalve in de collegezaal Achter de Dom, in het centrale instituut op de Trans, en bij de afdeling wijsgerige en historische pedagogiek aan de Nieuwe gracht 36. Voornamelijk bij Ton Beekman en Anthon de Vries. Ook herinner ik me nog zeer goed het eenmalige college van Lea Dasberg over het onderwerp ‘Grootbrengen door kleinhouden’. Dat werd in boekvorm een bestseller en was al snel niet meer weg te denken uit de historische pedagogiek. Verder studeerde ik psychopathologie bij Eijer in het AZU, en een aantal onderdelen bij Wijsbegeerte: middeleeuwse wijsbegeerte bij De Rijk, wijsgerige antropologie bij Wim van Dooren, ethiek bij De Graaf en wetenschapsfilosofie bij Geurts. Dat was al gedeeltelijk in Transitorium 2 in de Uithof. In die tijd nog een winderige, kale omgeving. 

Woonde je tijdens de studie in Utrecht?  En wat waren favoriete plekken voor sociale bezigheden?

Eerst was ik een half jaar spoorstudent (uit Veenendaal), toen kreeg ik een kamer in de Biltstraat voor een jaar, en daarna een van de nieuwe studentenflats aan de Lieflandlaan.  Anniek kreeg eveneens een studentenflat, maar aan de Willem Schuylenburglaan. Wij hadden allebei naast onze studie een student-assistentschap (Anniek bij Ton Cools en ik bij Anthon de Vries) en ik stond ook nog wel eens een paar weken voor de klas. Dus van uitgaan kwam niet zo heel veel terecht. We gingen wel in de zomervakantie op reis naar Rome met een voordelige treinreis van de NBBS.

Hoe denk je terug aan de tijd als student en medewerker?

Vermoedelijk omdat we al een onderwijzersopleiding achter de rug hadden, waren we tijdens de universitaire studie wat serieuzer. Ton Beekman vond dat ik te snel studeerde en beter nog wat meer pilsjes had kunnen drinken. Dat bierdrinken was vooral in de binnenstad bij De Vriendschap. 

Zou je nu weer voor die studie kiezen?

Ja, zeer beslist, al is de studie pedagogiek in deze tijd wel sterk veranderd. Het ‘E-beest’ jaagt mij af en toe schrik aan. 

Wat ben je na de universiteit gaan doen?

Eerst een paar maanden voor de klas gestaan als invalkracht in verschillende scholen in de binnenstad, maar al vrij snel daarna werd ik begin 1975 benoemd tot wetenschappelijk bibliotheekmedewerker voor de vakgebieden psychologie en pedagogiek aan de UB in Utrecht. Na een aantal jaren werd ik afdelingshoofd van de wetenschappelijke staf en al met al ben ik tot 2005 aan de UB werkzaam geweest. Ongeveer in diezelfde periode, gedurende zevenentwintig jaar, was ik tevens als avonddocent verbonden aan de Opleiding Pedagogiek-MO in Rotterdam. Ook daar waren volle collegezalen. Aan het contact met de vele studenten al die jaren door heb ik hele goede herinneringen. Aan de UB ging het om collectievorming, onderwerpontsluiting, en vooral om ‘geautomatiseerd literatuuronderzoek’. Met een bakbeest van een terminal kon verbinding gemaakt worden met ‘Dialog’ in Palo Alto /Californië waar grote literatuurbestanden interactief konden worden doorzocht met behulp van een thesaurus. Voor sociale wetenschappen ging het vooral om: Psychological Abstracts, Social Sciences Citation Index, Eric en Sociological Abstracts. De literatuurlijsten (titels met abstracts) kwamen met de post uit Amerika na ongeveer een week. Die dienstverlening was vooral bedoeld voor stafleden van de faculteiten. Het leuke in die tijd waren vooral de vele persoonlijke contacten met medewerkers. Haast ongemerkt raakte ik snel op de hoogte van het onderzoek dat aan de faculteiten plaats vond. Ik ben nu nog in het bezit van een ‘logboek’ waarin precies vermeld staat welke stafleden in de UB op bezoek kwamen en voor welke onderwerpen. Dikwijls kwamen student-assistenten in opdracht, maar ook docenten en hoogleraren. Zo kwamen Maarten van Son, Dijkhuis, Van Parreren en Van Vucht-Tijssen regelmatig langs. Van andere universiteiten kwamen ook telkens medewerkers op bezoek, want Utrecht liep in die tijd met de ‘online retrieval’ voorop.

Heb je profijt gehad van je studie?   

Zeker! Al was mijn studie in de theoretische pedagogiek niet bepaald geschikt om een baan in te vinden. Maar dr. Grosheide, de toenmalige bibliothecaris, vond die theoretische pedagogiek juist een pre omdat ik daarmee geschikt was om met uiteenlopende wetenschappers te kunnen communiceren. Beter een ‘generalist’ dan een ‘specialist’. In Rotterdam had ik uiteraard ook voordeel van mijn studie. Ik heb daar vele jaren de inleiding in de pedagogiek verzorgd. Eerst nog wel met Duitse literatuur (Lassahn, ‘Einführung in die Pädagogik’), maar dat werd steeds problematischer. De langste tijd met behulp van de reader van Miedema, ‘Pedagogiek in meervoud’.

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.