Student en medewerker

Foto ongeveer 1980 -1982. Wim Kramer (met snor) staat helemaal achteraan in een hoek. leunend tegen de muur zijn studie vriend Ad Tresfon. De foto is zo te zien gemaakt in de hal van het Academiegebouw op het Domplein.

Wim Kramer studeerde van september 1979 tot en met februari 1986 Psychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij studeerde af in de gecombineerde hoofdrichtingen Klinische Psychologie en Functieleer. In de Functieleer hield hij zich intensief bezig met onderzoek in de parapsychologie. Dat was toen een regulier onderzoeksprogramma dat verzorgd werd door de vakgroep Parapsychologie, met een eigen parapsychologisch laboratorium op de vierde etage in het pand aan de Varkensmarkt. Deze vakgroep had een eigen hoogleraar, de Zweedse Martin Johnson. De vakgroep Parapsychologie is in 1989 opgeheven, hoewel in 1987 de visitatiecommissie van de KNAW in haar beoordeling de kwaliteit van het onderzoek als goed bestempelde, en zelfs adviseerde dat de voorzetting van het programma gewenst was. Tijdens het na-kandidaats had Wim een bijbaan bij de audiovisuele dienst van de subfaculteit Psychologie. Deze dienst was, samen met de vakgroep Sociale Psychologie, gevestigd op de zesde etage van het Jacobipand, waar het beschikte over een depot audiovisuele middelen en goed geoutilleerde studiofaciliteiten ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek.

Hoe was je tijd als student en medewerker aan de Universiteit? 

Voordat ik in Utrecht kwam studeren, had ik aan de Technische Hogeschool Twente (nu de UT) een paar jaar de studie elektrotechniek gevolgd. Hierdoor had ik tijdens mijn studie een bijbaan bij de audiovisuele dienst van Psychologie. Dit was een bijzondere positie, omdat het formeel eigenlijk om een ondersteunende functie ging en niet om wetenschappelijke personeel. Deze functie werd bij uitzondering aan een student-assistent gegeven, omdat er binnen Psychologie niemand voldoende kennis van elektronica had om bijvoorbeeld zelf onderzoeksopstellingen te ontwerpen of audiovisuele apparatuur te repareren. Het werk bij de audiovisuele dienst was boeiend en veelzijdig, maar nam veel tijd in beslag. Officieel ging het om een 20-uursaanstelling, maar in de praktijk was ik in die tijd echt dag en nacht op de universiteit. Dat kwam vooral door de prettige samenwerking met Henk Berkien, het hoofd van de dienst. We konden het samen zo goed vinden  dat we, ondanks het grote leeftijdsverschil, zeer goede vrienden zijn geworden. De docenten zagen mij door mijn functie als volwaardige medewerker, waardoor ik een goed beeld kreeg van de academische wereld en wat zich in die tijd afspeelde binnen de subfaculteit.

Waren het toen roerige tijden aan de universiteit?  

Dat viel erg mee. De, in de spelling van die tijd, ‘aksies bij psigologie’ waren toch meer van eind jaren ‘60 en begin jaren ’70. Toen was er sprake van een ‘demokratiseringsgolf’ en eisten studenten aan alle universiteiten in Nederland, inspraak op de inhoud het hoger onderwijs en wilden mee besluiten over  de benoeming van hoogleraren. Ik herinner me wel dat in mijn eerste jaar soms nog democratiseringsacties op touw gezet werden. Zo waren veel studenten mordicus tegen het boek Psychology  van Brown en Herrnstein, dat in ons eerstejaar gebruikt werd als tekstboek voor de algemene inleiding Psychologie. Dit kwam omdat het werk teveel op Amerikaanse leest van het behaviorisme geschoeid was  en daarmee volgens sommige eerstejaars geen recht deed aan de totale mens als zelfstandig en vrij wezen. Er werd dan ook vanuit de meer politiek geëngageerde studentengroepering protestbijeenkomsten tegen dit boek gehouden.

Politiek en sovjetpsychologie

Er was, meen ik, een Eerste Jaars Overleg (EJO) dat met de opleiding in discussie ging over tal van dit soort zaken. De links marxistische stroming was in die tijd niet groot meer, maar bestond nog wel degelijk. Ook onder de medewerkers van de vakgroep Arbeid en Bewustzijn leefde dit nog sterk. Sovjetpsychologie kwam je ook tegen in de colleges van de leerpsycholoog Professor van Parreren van functieleer. In het tweede semester van het eerste jaar hadden we een blok Vygotsky – Piaget  waarin we de verschillen tussen deze beide stromingen in de leerpsychologie  moesten bestudeerden. De maatschappij kritisch bewuste studenten vonden elkaar in het psychologencafé waar zij de wereld probeerden te verbeteren. Ik heb daar niet aan mee gedaan, omdat ik interesse had in de psychologie als experimentele wetenschap en nieuwsgierig was  naar de psychologische wetmatigheden als zodanig en niet naar de maatschappelijke betekenis of politieke rol van het vakgebied .

Vriendschap

Vanaf de eerste minuut bij onze introductie was ik bevriend geworden met Ad Tresfon, die eerst een kandidaats in de Biologie had gehaald maar zich meer tot de maatschappij kritische aspecten van psychologie aangetrokken voelde. Een vriendschap die top op de dag van vandaag is gebleven. Hoewel we in de eerste jaren van onze studie dagelijks als een Siamese tweeling met elkaar optrokken, stonden onze drijfveren voor de studie  loodrecht op elkaar. Dit werd me afgelopen voorjaar nog eens duidelijk toen ik bij een opruiming op zolder een doos vond met readers, collegedictaten, papers en werkstukken uit de voorkandidaats periode. In een paper dat we blijkbaar samen moesten schrijven – het werken in groepjes was toen vrij gebruikelijk – waarin we een onderwerp kritisch moesten beschouwen had de docent als opmerking gezet dat de tekst in het eerste deel een nogal naïef liberaal karakter had terwijl de het tweede deel van de tekst een opmerkelijk maatschappij kritisch socialistische toonzetting had. Nu ja, het cijfer was een zeven en daar waren we toen als studenten dik tevreden mee.  Na een kort moment van nostalgische gevoelens bij het doorbladeren van deze oude papers en werkstukken de doos met inhoud bij het oud papier gedaan. Overduidelijk geen Nobelprijs materiaal.

Participeren als proefpersoon

Als eerstejaars was je  verplicht mee te doen als proefpersoon bij experimenten. Je kreeg daar punten voor en om je propedeuse  te halen had je een minimum aantal van deze punten nodig. Had je die punten binnen dan kon je echter nog steeds meedoen als proefpersoon maar dan tegen betaling. Die verplichte punten had ik halverwege het jaar  binnen want de betaling was, voor een student, zeker goed  en doorgaans waren het heel makkelijke proefjes waaraan je moest meedoen.  Woordassociatie testjes, een prisoner’s dilemma spel of waarnemingsexperimentjes. Een experiment dat ik me nog goed herinner was dat van Professor Koster. Hij was destijds de geur prof van Nederland.  Je moest een weeklang 24 uur per dag een t-shirt aanhouden en je mocht je niet onder de oksels wassen. Na een week moest je het t-shirt inleveren en een hele tijd later moest  je terug komen en dan proberen op basis van geur je eigen T-shirt te herkennen. Easy does it en omdat het experiment zo lang duurde  betaalde het heel goed.

Waar bevond de studie zich?    

Psychologie was verspreid over meerdere locaties in de binnenstad. Het centrale gebouw van de subfaculteit was het Jacobipand aan de St. Jacobsstraat, boven het theater van Tineke Schouten. Hier zat de centrale administratie, maar ook de vakgroepen Sociale Psychologie, Methodologie en Statistiek en Arbeid en Bewustzijn  waren daar gevestigd. Om de hoek, op de Varkensmarkt 2, zat Functieleer, Parapsychologie en psychofysiologie. In de Neudeflat op de veertiende etage huisde de vakgroep Geschiedenis van de psychologie, in het pand Bijlhouwerstraat 6 was Ontwikkelingspsychologie te vinden, op Trans 4  en Domplein 24/25 Klinische psychologie en op Trans 19 – een heel mooi gebouw overigens- zat Persoonlijkheidsleer. In september 1985 verhuisde de subfaculteit naar de Uithof en kwamen de meeste vakgroepen terecht in het Centrumgebouw Zuid (het huidige Martinus J. Langeveldgebouw) ende vakgroep Geschiedenis van Piet Vroon  in Transitorium 2 (tegenwoordig het Willem C. van Unnikgebouw), op de zeventiende verdieping. De audiovisuele dienst werd toen samengevoegd met die van Sociologie en Pedagogiek waarvan Henk Berkien het hoofd werd.   

Woonde je tijdens de studie in Utrecht? En wat waren favoriete plekken voor sociale bezigheden?             

Ik heb tijdens mijn studie de eerste jaren op het IBB gewoond toen al een complex  waar op werd neergekeken. Er zouden alleen ‘stumpers’ wonen. Ik heb het echter ervaren als een fijne plek om te wonen. We woonden met zestien huisgenoten op een etage in de laagbouw, en dat was heel gezellig. Sommigen aten samen, maar omdat ik in die tijd ook veel in de avonduren op de universiteit was voor onderzoek, at ik vaak in de mensa op het Lepelenburg of bij Bollewijn, het restaurant van het Utrechts Studentencorps aan de Boothstraat. Soms ook bij de eettafel van VERITAS of UNITAS. Je kon bij deze eettafels voor een paar gulden een maaltijd krijgen. Ik was geen lid van een studentenvereniging. Omdat psychologie verdeeld was over zoveel verschillende gebouwen in de binnenstad en colleges werden gegeven aan de Nieuwegracht 36, Achter de dom 22, Lange Nieuwstraat 103 of op het OCL complex aan het eind van de Croeselaan bleef je tijdens de wisseling van colleges met enig regelmaat onderweg hangen op het Wed bij café De Vriendschap voor koffie en biljarten.  Dit café was al rond 10 uur in de ochtend open en na het eerste hoorcollege van een slaapverwekende docent was je echt aan koffie toe. In de meeste collegezalen waren toen nog geen koffiefaciliteiten aanwezig.

Hoe denk je terug aan de tijd als student en medewerker?     

Het was voor mij één groot feest. Niet als party animal, dat was ik zeker niet, maar juist vanwege de inhoudelijke kant van de studie. Behalve mijn baantje bij de AV-dienst heb ik ook een paar jaar gewerkt als research-assistent van dr. John Palmer, een Amerikaanse gastonderzoeker bij Parapsychologie. Met hem heb ik een aantal experimenten uitgevoerd die in diverse vaktijdschriften zijn gepubliceerd. Van de eerste tot de laatste minuut heb ik van de studie Psychologie genoten. Vanwege de vele mogelijkheden die het me gaf om met het vak intensief bezig te kunnen zijn, heb ik er een jaar langer over gedaan dan strikt noodzakelijk was – dat kon toen nog gemakkelijk. Eigenlijk was het onderwijs heel vrij. Zeker in het na-kandidaatsdeel. In feite verzamelde je tentamenbriefjes met studiepunten. Als je voldoende punten had, kon je afstuderen. Een harde tijdslijn werd je niet geven. Zo heb ik bijvoorbeeld de theoriediscussiegroep van prof. Johnson drie keer gevolgd (er stond wel steeds een ander onderwerp centraal). Echter voor het afstuderen telde het maar een maal. De beide andere tentamenbriefjes heb ik toen maar als aandenken gehouden.

Afstudeeronderzoek en samenwerking

Ook denk ik met plezier terug aan het afstudeeronderzoek klinische psychologie dat ik samen met Tony van Vliet uitvoerde bij de medewerkers Jan van de Bout en Leo Cohen, die toen nog onder de naam Swami Prem Siddharta bekend was.  Het was een vragenlijstonderzoek naar attributiestijlen dat in twee artikelen is gepubliceerd in vakliteratuur.  Ook van Leo Pannekoek heb ik veel geleerd. Destijds een medewerker van klinische psychologie die binnen de subfaculteit ver buiten de gebaande paden liep maar je juist daardoor ook heel interessante inzichten meegaf. Behalve van de eerder genoemde Amerikaan John Palmer heb ik ook veel geleerd van Sybo Schouten en Henk Boerenkamp, medewerkers van de vakgroep Parapsychologie die veel nadruk legeden op het belang van zuivere onderzoeksmethodologie.  Ook met Piet Vroon heb ik aan het eind van mijn studie nog een tijd opgetrokken en ben zelfs een trimester student-assistent voor hem geweest waarbij ik in de UB literatuuronderzoek moest doen. Juist omdat ik vanwege mijn baan bij de AV-dienst zo intensief bij de universiteit betrokken was heb ik met veel medewerkers van de subfaculteit samengewerkt ter ondersteuning van hun onderzoeksprojecten en daarbij heel veel van hen geleerd buiten het officiële lesprogramma om.

Zou je nu weer voor de studie kiezen?        

De studie zou ik zo opnieuw doen, die was echt een verrijking. Echter betwijfel ik het, gezien de slechte situatie op de arbeidsmarkt voor psychologen, in deze tijd als beginnend student voor de studie Psychologie zou kiezen. In de tijd dat ik afstudeerde, was het vinden van werk ook lastig. Ik herinner me dat veel studiegenoten meteen na het behalen van de bul via het arbeidsbureau terechtkwamen in het zogenaamde ‘Pionproject’, een omscholingstraject tot computerprogram­meur, omdat er in die tijd veel vraag was naar Cobol- en Fortranprogrammeurs.

Wat ben je na de universiteit gaan doen?    

Na mijn afstuderen heb ik ruim vijf jaar een eerstelijnspsychologenpraktijk gehad, waarbij ik me had gespecialiseerd in hulpverlening aan mensen die door hun, al dan niet vermeende, spirituele ervaringen klem waren komen te zitten. Dat lijkt misschien wat vreemd – lachwekkend, zelfs – maar het tegendeel is waar. Het is een serieus probleem waarvoor de reguliere hulpverleningen, in elk geval destijds, geen adequate behandelmethode hadden. Met deze praktijk heb ik zelfs enige landelijke bekendheid gekregen en heb ik ook op internationale conferenties lezingen gehouden over mijn werkwijze en hulpverleningsmodel. Tevens had ik twee jaar een parttime baan bij het NIP. Na een aantal jaren prakkiseren vraag je je af of dit nu is wat je voor altijd wil doen. Het toeval wil dat ik toen gevraagd werd voor een baan in de telecom. Daar ben ik toen op ingegaan. Ik raakte uit de psychologie en ik ben in een heel andere loopbaan terecht gekomen.

Heb je profijt gehad van de studie?      

Tien jaar na mijn afstuderen als psycholoog heb ik nog een MBA-opleiding gevolgd aan Nyenrode en aan een Amerikaanse universiteit. Veel van wat ik bij Psychologie heb geleerd, kwam me zeer goed van pas in de functies die ik in de afgelopen decennia heb gehad. Bij bedrijfsovernames en het reorganiseren van ondernemingen is economische en juridische vakkennis onontbeerlijk, maar als manager ben je pas succesvol als je ook het menselijk aspect van een organisatie begrijpt en daar ook naar durft te handelen. De sociale vaardigheden en het inzicht in hoe mensen te motiveren en enthousiasmeren, heb ik te danken aan de studie Psychologie in Utrecht. Zonder die studie zou ik mijn werk minder succesvol kunnen uitvoeren.

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.